Voor de buitenwereld zet ik een happy face op. Ik wil niet
dat er veel mensen hiervan afweten. Stel dat we er toch nog samen uit zouden
komen, dan wil ik niet dat er iemand naar mij kijkt met medelijden, of dat die
iemand vooroordelen heeft. Happy face dus. Er zijn maar een klein handvol
mensen die weten hoe de situatie nu zit.
Ik slaag daar wonderwel zeer goed in, in een happy face
opzetten. Ik ben vrolijk, ik lach, ik amuseer me en blijk ook normaal te
functioneren.
Er zijn ook verbazend weinig mensen uit mijn dichte omgeving
er door kunnen kijken. Zij vragen me hoe het zit.
Verzekeren me dat ze me steunen, no matter what ik kies. Dat doet ook wel pijn, beseffen dat er niet echt veel mensen zijn die het echt doorhebben hoe slecht het gaat.
Rationeel beseffen we beiden ook dat het eigenlijk nooit kan
lukken. Verliezen zijn er altijd. En ik ben maar simpele ik. Ik ben maar
gewoon. Ik ben niet zijn vrouw en niet de moeder van zijn kinderen. Ongelijke
strijd van in het begin. Een strijd die ik nooit kan winnen.
Omgekeerd is dat misschien ook zo, ik weet het niet. Ik mis
mijn lief niet, ik heb hem niet nodig om mijn leven te leiden. Maar uiteraard
is hij er wel altijd al geweest. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen of ik hem
zou missen moest ik hem nooit meer zien.
Dat weegt, dat weegt veel te zwaar op mijn schouders en toch
kan ik niet anders dan verder ploeteren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten