maandag 12 september 2016

happy faces

9 maand. Zo lang leef ik al in een algemeen gevoel van wanhoop afgewisseld met complete leegte. Dikke, zwarte leegte. Natuurlijk zijn er momenten waarop ik best gelukkig ben, ik heb geen depressie, dat weet ik zeker. Maar zo dikke zware en zwarte leegte zou daar wel naartoe kunnen evolueren.

Voor de buitenwereld zet ik een happy face op. Ik wil niet dat er veel mensen hiervan afweten. Stel dat we er toch nog samen uit zouden komen, dan wil ik niet dat er iemand naar mij kijkt met medelijden, of dat die iemand vooroordelen heeft. Happy face dus. Er zijn maar een klein handvol mensen die weten hoe de situatie nu zit.

Ik slaag daar wonderwel zeer goed in, in een happy face opzetten. Ik ben vrolijk, ik lach, ik amuseer me en blijk ook normaal te functioneren.
Er zijn ook verbazend weinig mensen uit mijn dichte omgeving er door kunnen kijken. Zij vragen me hoe het zit. Verzekeren me dat ze me steunen, no matter what ik kies. Dat doet ook wel pijn, beseffen dat er niet echt veel mensen zijn die het echt doorhebben hoe slecht het gaat.

 Eentje  letterlijk: ik denk dat jij nu zoekt naar iemand anders, onbewust. En als je die gevonden hebt, dat je weg bent.
Zou ik dat doen, er een punt achter zetten? Ik weet het niet. Als ik mijn kinderen zie lopen kan en wil ik me niet inbeelden dat ik ze niet elke dag zie. Maar wat hebben zij dan aan een moeder die emotioneel compleet ten onder gaat?

 Want ik vond die iemand anders misschien wel. Iemand die ik onsterfelijk grappig vind, die ik ongelooflijk knap vind, waarmee ik gemakkelijke stiltes kan hebben, iemand met dezelfde muzieksmaak en dezelfde interesses.
Al is het niet zo simpel want is er ook bij hem een relatie, kinderen en een huis. We doen niets mis. We spraken het uit want voelden beiden de spanning hangen. We voelden beiden het verlangen zinderen. Maar meer dan een gestolen kus kwam er niet van.

Rationeel beseffen we beiden ook dat het eigenlijk nooit kan lukken. Verliezen zijn er altijd. En ik ben maar simpele ik. Ik ben maar gewoon. Ik ben niet zijn vrouw en niet de moeder van zijn kinderen. Ongelijke strijd van in het begin. Een strijd die ik nooit kan winnen.

Omgekeerd is dat misschien ook zo, ik weet het niet. Ik mis mijn lief niet, ik heb hem niet nodig om mijn leven te leiden. Maar uiteraard is hij er wel altijd al geweest. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen of ik hem zou missen moest ik hem nooit meer zien.

 Daarboven komen nog eens de vele mensen die ik oneindig hard zou kwetsen, als ik ervoor kies het lief niet meer mijn lief te laten zijn. Zijn ouders, mijn ouders, tantes en nonkels. Onze kindjes als belangrijkste.

Dat weegt, dat weegt veel te zwaar op mijn schouders en toch kan ik niet anders dan verder ploeteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten