Meer dan 6 maand gingen voorbij. In die 6 maand gebeurden er veel dingen, dingen die me tot inzicht brachten ook.
Dat lief van mij, die plande me te verlaten, richtte al zijn hoop op die stomme geit van op onze dochter haar school. Dat zij de dag na al die plannerij ging trouwen, dat bleek bijzaak.
Blinde paniek voelde hij, toen ik werkelijk ging vertrekken en het had gehad. Want hij zou mij zien vertrekken. En die trut, die is gewoon lekker getrouwd. Die plande nooit iets met hem te starten, toch niet op dat moment. En nu, nu kan het me niet meer schelen. Het is dood. Hij vermoorde met die zet alles wat er nog was en misschien te redden viel.
Maar ik ben nog steeds thuis. We plannen zelfs nog wat verbouwingen aan het huis. Waarom? Omdat ik nu eenmaal nog wat vast zit. Ik spaar wat ik kan. Leg op kant wat er mogelijk is. En ik zing het zo nog een paar jaar uit. Want ik heb schrik. Schrik voor de financiƫle gevolgen, schrik voor mijn kinderen dingen te moeten ontzeggen. Schrik voor het verlies van vrienden en familie. Geen schrik voor het verlies van de vent, bedenk ik me. Maar wel voor alles wat er mee samen hangt. Het gezin.
Hoe het zit met N? Goed, denk ik. Hij ziet er goed uit. Het best in maanden. Hij voelt zich goed, heeft zijn leven in handen en daar ben ik onbeschrijflijk blij mee. Echt. Hij is nog steeds bij Trien, maar dat is ok. Ik gaf het plaats. Ik zie hem nog graag, ik weet dat hij een goed dekseltje zou zijn op mijn potje. Maar het liep nu zo, dus dat is ok. Zijn verlies, zeggen mijn vriendinnen. En misschien is het dat wel.
Hoe ik het dan zo nu allemaal wat kan volhouden? Ik leerde iemand kennen. Meer dan een jaar geleden viel mijn oog op iemand aan de koffieautomaat van mijn gebouw. Die zijn oog viel ook op mij. Meer was dat toen niet. Een knap kereltje, maar veel te jong voor mij. Atypisch aan mijn type. Maar fijn om te weten dat ik mensen wel kan aantrekken.
Door toeval leerden we elkaar kennen, zocht hij me op via wat social media, spraken we eens af voor een koffie te drinken samen. En nu, nu is er iets maar evengoed niets. Hij heeft een vriendin en woont samen, in een nieuwbouw die ze samen hebben gezet. Aan het toekomstloze van dit hele gedoe denken we even niet. We zien wel. Maar het is fijn, me gewild en geliefd te voelen. Al is het maar voor even.